Altijd Tijdig Klagen Vanwege Vervaltermijn

Door Marco Anink
klagen verjaringstermijn

Als u iets koopt en u ontdekt nadien dat het toch niet helemaal is wat u ervan verwacht had, dan is mijn advies: klaag op tijd! Anders loopt u het risico dat het recht op nakoming vervallen is. En klaag vooral schriftelijk.  

Dat klagen dient binnen ‘bekwame tijd’ te gebeuren. Deze periode is mede afhankelijk van wat u koopt. Zo is het logisch dat de klachttermijn voor voorraden fruit aanzienlijk korter is dan die voor kunst.

Wanneer verjaart uw vordering?

Bovendien geldt vanaf het moment van klagen bij koop een verjaringstermijn van twee jaar. Na dat moment kunt u uw vordering via de rechter niet meer incasseren. U kunt verjaring voorkomen door de vordering te ‘stuiten’: u laat de verkoper schriftelijk weten dat u zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt.

Wel geldt een uitzondering voor het geval de verkoper opzettelijk heeft gehandeld of zelf lang wacht met het vorderen van betaling van de koopprijs.

Recente uitspraak over vervaltermijn

Stel nu dat met uw aankoop iets kleins mis blijkt te zijn, maar u dat voor lief neemt. Moet u daarover dan toch klagen bij de verkoper? Of hoeft u pas te klagen op het moment dat u, weer veel later, ontdekt dat er nog meer mis is…wat u niet voor lief wilt nemen? Die vraag stond onlangs centraal in een arrest van de Hoge Raad.

In 1994 is door Fortis een gebouw geleverd. In de koopovereenkomst was onder meer bepaald dat het gebouw bij levering de eigenschappen zou bezitten die voor het gebruik als kantoorruimte nodig zijn. Aan de koper kenbare gebreken die daaraan in de weg zouden staan, kwamen voor risico van de koper.

Verder is in de koopovereenkomst door Fortis gegarandeerd dat er, voor zover haar bekend, geen asbesthoudende materialen in het pand aanwezig zouden zijn. Ook heeft Fortis verklaard dat haar geen feiten bekend zijn van verontreiniging, die voor het gebruik van het gebouw als kantoorpand nadelig zouden zijn, of die zouden kunnen verplichten tot sanering.

In 1999 is uit onderzoek vervolgens gebleken dat er wel degelijk asbest aanwezig was. Uit de sanering die in 2000 volgde, bleek dat dit zelfs geen hechtgebonden, maar losgebonden (spuit)asbest betrof. Deze asbestsoort kent een groter risico op vrijkomen van vezels, wat tot asbestbesmetting leidt. Als gevolg is een deel van het gebouw acht maanden ontruimd geweest en voor deze schade werd de verkoper aansprakelijk gesteld.

Aanvang klachttermijn op moment ontdekking van gebrek

De vraag was nu of het de koper te verwijten viel dat zij in 1999 niet heeft geklaagd toen zij asbest aantrof, maar pas in 2000 toen zij bemerkte welke asbest het betrof. De Hoge Raad liet het oordeel van het Hof in stand. Dat betekent dat de klachttermijn pas begint te lopen op het moment dat een gebrek wordt ontdekt dat de koper niet voor lief wenst te nemen: dus in dit geval op het moment dat werd ontdekt dat het losgebonden asbest betrof.

Hoewel in deze zaak werd geoordeeld dat de koper geen reden had om al in 1999 te onderzoeken of er een redelijk kans bestond op losgebonden asbest, zullen kopers wel op deze onderzoeksplicht beducht moeten zijn.

Mijn advies: vertrouwen is goed, controle is beter. Ook al gaat het om klein gebrek dat u voor lief neemt, meldt dat dan toch aan de verkoper. Neem, zo mogelijk, ook geen genoegen met een verklaring dat de verkoper geen weet heeft van een bepaald gebrek: controleer dan of er echt geen vuur is. Doet u dit niet, dan kunt u zich daar op een later moment, bij de rechter, nog aardig aan branden.

Verricht onderzoek, klaag over gebrek

Verricht dus onderzoek, klaag over een geconstateerd gebrek…en doe dat, in het kader van het later bewijzen daarvan, bij voorkeur schriftelijk.

Een andere mogelijkheid is het vragen van een garantie. U kunt dan in de overeenkomst laten opnemen, dat als het gebrek later toch aanwezig blijkt, dit een (tevoren vastgestelde) prijsvermindering oplevert. Maar dit is weer een geheel ander onderwerp, met de nodige haken en ogen.

Marco Anink

Over de auteur

Marco Anink is advocaat bij RWV Advocaten en maakt deel uit van de secties Insolventierecht en Ondernemingsrecht. Hij richt zich op de afwikkeling van faillissementen en de advisering van ondernemingen in het zicht van insolventie en daarna.