Deur Kifid Voor Claims Rentederivaten Slechts op een Kier

Door Jelmer Kruijt
kifid renteswap

Renteswapgedupeerden kunnen vanaf 26 januari hun claim neerleggen bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid). Maar heeft dat wel zin? Veel ondernemers vallen buiten de boot en de bank kan alsnog naar de rechter stappen.

Het reglement is nog niet bekend, maar het lijkt er op dat een aantal gedupeerden buiten de boot vallen. Slechts een beperkte groep MKB-ers kan bij het Kifid terecht en vorderingen boven de EUR 250.000 kunnen waarschijnlijk niet rekenen op een bindende uitspraak. Gedupeerden riskeren als klap op de vuurpijl alsnog een hoger beroep bij de rechtbank. Meewerken aan dit hoger beroep is niet verplicht voor de MKB-ers, maar dan verliest de uitspraak zijn verbindendheid en wordt daarmee een lege huls.

Definitietruc

Het Kifid stelt zich niet open voor alle MKB-ers maar slechts voor ‘small enterprises’: ondernemingen met maximaal 50 ‘employees’ en een balanstotaal en/of een jaaromzet van maximaal EUR 10 miljoen.
De term ‘small enterprises’ is in 2003 door de Europese Commissie geïntroduceerd met het oog op uniform beleid en eerlijke concurrentie binnen de Unie. Met het beschermen van de belangen van onervaren afnemers van rentederivaten heeft deze aanbeveling niets van doen.

Logischer zou het zijn geweest om aan te sluiten bij een term die in Nederlandse wetgeving is verankerd met het oog op beleggersbescherming: de ‘niet-professionele belegger’ conform de Wet op het financieel toezicht. Ook de AFM hanteert de term ‘niet-professionele belegger’ in haar rapport over de geconstateerde misstanden binnen de rentederivatendienstverlening. Maar die term legt de lat voor bijvoorbeeld het balanstotaal hoger (EUR 20 miljoen) en stelt geen medewerkers-eis. Deze eis kan ook fnuikend zijn: zo tellen medewerkers (inclusief bestuurders) van groepsondernemingen ook mee.

Door deze aangepaste definitie is de groep MKB-ers die bij het Kifid kunnen claimen flink gereduceerd. De banken die een grondige aanpak van het renteswap-debacle beloofden, hebben door deze zet op zijn minst de schijn tegen.

Geen bindende uitspraak voor vorderingen boven 250.000

De Nederlandse Vereniging van Banken schrijft in haar persbericht dat net als voor consumenten geldt dat het Kifid klachten met een vordering van meer dan EUR 1 miljoen niet behandelt. Als het op te stellen swapreglement ook de maximale omvang van toe te wijzen vorderingen van EUR 250.000 ongemoeid laat, valt nog eens een grote groep MKB-ers buiten de boot. Een niet-bindende uitspraak is immers een lege huls.

Na Kifid kan bank alsnog naar civiele rechter

Conform het huidig reglement kan de bank na een Kifid procedure de bindende uitspraak alsnog een jarenlange procedure bij de rechtbank induwen. De bank moet dan bij de rechtbank aannemelijk maken dat de uitspraak zo principieel moet worden geacht dat het daarmee gemoeide belang voor de bank of de bancaire sector de grens van EUR 5 miljoen zal overschrijden. Daarbij komt dat het Kifid alle uitspraken zou kunnen aanhouden in afwachting van een dergelijke uitspraak. Zo wachten momenteel tientallen woekerpoliszaken op een uitspraak van het Europese Hof.

Direct naar de rechtbank

Het is wachten op het definitieve swapreglement, maar voorlopig lijkt een gang naar het Kifid niet voordeliger dan een gang naar de rechtbank. Het (kosten) voordeel om zonder advocaat te procederen bij het Kifid is niet reëel. De advocaten van de Bank kunnen alleen deskundig geharnast worden bestreden. De MKB-er die werk wil maken van zijn zaak ‘needs to lawyer up’.

Hopen op de heilzame werking van het Kifid lijkt ijdel.

Jelmer Kruijt

Over de auteur

Jelmer Kruijt is advocaat bij HeidemanBoot Advocaten en heeft een focus op het financieel recht.