Kinderalimentatie Berekenen – Help!

Door Myrna van Wijk
kinderalimentatie berekenen

Kinderalimentatie berekenen is hopeloos ingewikkeld. Dat was het, en dat is het met de nieuwe richtlijnen nog steeds, betoogt advocaat Myrna van Wijk. Hoe moet je kinderalimentatie berekenen?

Net als onder de oude richtlijn is de behoefte van uw kind volgens de nieuwe regels (Tremarichtlijn) afhankelijk van het netto gezinsinkomen voorafgaand aan uw scheiding en van de leeftijd van uw kind. Ook van belang is de gezinsgrootte: hoe meer kinderen, hoe lager de kosten gemiddeld per kind. Uit de Nibud tabel kunt u met behulp van het netto inkomen en de leeftijden van uw kinderen de kosten van uw kinderen aflezen. In de tabelbedragen is al rekening gehouden met de kinderbijslag, die ouders ontvangen voor hun kind(eren).

Kindgebonden budget telt ook voor kinderalimentatie berekenen

Maar er is in de tabel geen rekening gehouden met het kindgebonden budget. Als u dat krijgt moet dat voor de berekening nog van de gevonden bedragen worden afgetrokken. Maar hoe weet u nou, voorafgaand aan uw echtscheiding, welk bedrag u of uw ex-partner na echtscheiding aan kindgebonden budget zal ontvangen? Dit zal u moeten schatten.

Voor de draagkracht is ook het inkomen het uitgangspunt, maar dan het netto besteedbaar inkomen (NBI) per ouder na de scheiding. De behoefte van uw kind wordt naar rato van ieders draagkracht over de onderhoudsplichtigen verdeeld. Voor het bepalen van de draagkracht wordt een formule gebruikt op basis van de NBI. Hoe werkt dat?

Per inkomenscategorie is volgens de nieuwe richtlijnen een vast bedrag beschikbaar voor een kinderbijdrage, af te lezen uit een draagkrachttabel. De draagkrachttabel houdt enkel rekening met bepaalde vaste kosten, namelijk de kosten voor het eigen levensonderhoud en woonlasten. De kosten voor het eigen levensonderhoud mogen maximaal 850 euro per maand bedragen en de kosten van wonen maximaal een derde van het netto besteedbaar inkomen. Deze kosten moet je aftrekken van het netto besteedbaar inkomen en van de uitkomst van die rekensom is 70 procent de draagkracht voor een kinderbijdrage.

Rekenvoorbeeld draagkracht kinderalimentatie

Een rekenvoorbeeld:  Uw netto inkomen (inclusief vakantiegeld) bedraagt 1.800 euro per maand. Uw woonlast mag dan een derde daarvan zijn, dus 600 euro per maand. De rekensom is dan: 1800 min 600 min 850 =  350 euro. Van deze uitkomst is 70 procent  beschikbaar voor een kinderbijdrage, dus 245 euro per maand.

Dit lijkt helder maar over de vaststelling van de NBI wordt veel discussie gevoerd in alimentatieprocedures. Want wat is bijvoorbeeld het inkomen van een ondernemer als het bedrijfsresultaat jaarlijks anders is of als er winst wordt opgepot in de onderneming? En wat als een ouder weinig werkt, maar de ander vindt dat hij/zij best meer zou kunnen werken? Met andere woorden: wat is de verdiencapaciteit van de onderhoudsplichtige?

Uit de rechtspraak blijkt dat de vaststelling van het inkomen afhankelijk is van allerlei feiten en omstandigheden, die per geval anders kunnen liggen. Op de vraag welk inkomen uitgangspunt moet zijn voor de toepassing van de formule is dan ook geen eenduidig antwoord te geven.

En vergeet de zorgkorting niet

Zorgkorting is het bedrag dat de onderhoudsplichtige op zijn/haar aandeel in de kosten van het kind in mindering mag brengen in verband met de zorg die deze ouder zelf voor het kind draagt. Het is een percentage van de totale behoefte. De Tremarichtlijn stelt dat de zorgkorting in beginsel altijd minimaal 15 procent is, ongeacht of er een zorgregeling is, omdat het uitgangspunt is dat er een recht op en een plicht tot contact is.

Hierop kan volgens de Tremarichtlijn een uitzondering worden gemaakt als de zorgregeling niet nagekomen wordt. Uit de rechtspraak blijkt dat het in de meeste gevallen niet redelijk wordt gevonden om de zorgkorting toe te passen als er geen contact is berekening van kinderalimentatie tussen de onderhoudsplichtige ouder en het kind. De zorgkorting is immers bedoeld om de kosten te compenseren die de betreffende ouder maakt als het kind bij hem/haar verblijft of, om het om te keren, de kosten die de ouder bij wie het kind woont “uitspaart” door de zorgregeling in mindering te brengen op de bijdrage.

De korting van 15 procent is volgens de richtlijn gebaseerd op een zorgregeling van gemiddeld een dag per week. Hiervan is al geen sprake bij een zorgregeling van een weekend per veertien dagen en de helft van de vakanties, dus uit de rechtspraak blijkt dat in de meeste gevallen een hogere zorgkorting dan de minimale 15 procent wordt toegepast.

Aanvaardbaarheidstoets bij berekenen kinderalimentatie

Wat nu als u de kinderbijdrage niet kunt betalen? Dan bestaat er nog de aanvaardbaarheidstoets. De Tremarichtlijn zegt over de toets het volgende:

“Van een onaanvaardbare situatie is sprake indien de onderhoudsplichtige:

  • bij de vast te stellen bijdrage niet meer in de noodzakelijke kosten van bestaan kan voorzien,

of

  • van zijn inkomen na vermindering van de lasten minder dan 90 procent van de voor hem geldende bijstandsnorm overhoudt.”

Hoe wordt in de rechtspraak omgegaan met extra lasten, boven de lasten die in de formule forfaitair zijn bepaald? De Tremarichtlijn zegt dat als er geen discussie is tussen partijen over de extra lasten en het feit dat die invloed hebben op de draagkracht, hiermee rekening gehouden kan worden. Maar als er wel een discussie is, dan is volgens de richtlijn de enige uitweg een beroep op de aanvaardbaarheidstoets.

De aanvaardbaarheidstoets wordt, zo blijkt uit de rechtspraak, zeer strikt toegepast. Het gaat alleen om de vraag of uw situatie voldoet aan een van de bovenstaande criteria, niet om de vraag of het redelijk is dat u in uw eentje de gezamenlijke lasten voldoet en daarnaast ook nog eens bijdraagt in de kosten van de kinderen, zonder dat met uw extra, onvermijdelijke lasten rekening wordt gehouden.

Conclusie kinderalimentatie berekenen

Conclusie is dat het berekenen van kinderalimentatie niet makkelijker is en dat u en/of uw ex-partner vaak zullen constateren dat de uitkomst geen recht doet aan de situatie.

Myrna van Wijk

Over de auteur

Myrna van Wijk is advocaat bij RWV Advocaten en behandelt zaken op het gebied van personen- en familierecht, waaronder complexe echtscheidingen en alimentatieberekeningen voor ondernemers.