Ontruiming Bedrijfspand om Hogere Huurprijs?

Door Paul Snijders
ontruiming bedrijfspand huurcontract

Bij een langlopend huurcontract van een bedrijfspand, krijgt de verhuurder meer mogelijkheden het huurcontract te beëindigen en ontruiming van het bedrijfspand te vorderen. Uit een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam blijkt dat de belangen van de huurder na verloop van tijd steeds minder worden meegewogen.

De zaak ging over een huurder van een winkel in de PC Hooftstraat in Amsterdam, die daar al meer dan 23 jaar zat. Die moet vertrekken omdat de verhuurder de winkelruimte – na verbouwing – voor een veel hogere huurprijs aan een groot merk wil gaan verhuren.  In 2011 heeft de verhuurder het huurcontract van het bedrijfspand opgezegd, primair op grond van een dringende reden bestaande uit renovatie. De huurder heeft met deze opzegging niet ingestemd.

De verhuurder verkreeg een bouwvergunning voor het uitdiepen van het souterrain en het uitbreiden van de winkel. Als gevolg daarvan zou de huur omhoog kunnen gaan van 73.000 naar 300.000 euro per jaar. Daarmee ging de huurder niet akkoord. Vervolgens vorderde de verhuurder beëindiging van het huurcontract en ontruiming van het bedrijfspand.

Kantonrechter: geen ontruiming bedrijfspand voor hogere huurprijs

De kantonrechter wees deze vorderingen af met de overweging dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de renovatie een zodanig beter rendement met zich brengt dat om die reden sprake is van een dringende noodzaak. Evenmin was voldoende aannemelijk gemaakt dat de renovatie van het bedrijfspand niet zonder beëindiging van de huurovereenkomst kon plaatsvinden.

In hoger beroep voerde de verhuurder aan dat in de P.C. Hooftstraat het winkeloppervlak van veel winkels wordt vergroot door het uitdiepen van het souterrain. Deze grote en hoge ruimtes trekken de meeste klanten. Alleen de hele grote merken, en niet de huidige huurder, kunnen nog dergelijke hoge huurprijzen betalen.

Hof achtte ontruiming bedrijfspand om hogere huurprijs gerechtvaardigd

Het Hof oordeelde dat de verhuurder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de beoogde renovatie leidt tot een aanzienlijk hoger rendement: ‘De hoge huurprijzen die thans op de P.C. Hooftstraat gelden maken dat deze vergroting van de winkelruimte leidt tot een sterke verhoging van het rendement, die in de tegenvoorstellen van Cainco (de huurder, red.) niet wordt geëvenaard.’ Ook meende het Hof dat zonder beëindiging van de huurovereenkomst die renovatie niet mogelijk is, omdat de verbouwing minstens zes maanden gaat duren.

Aldus besloot het Hof tot ontruiming van het bedrijfspand – een bittere pil voor de huurder. De wet biedt huurders van bedrijfspanden van middenstanders vooral bescherming tijdens de eerste tien jaar van de huurovereenkomst, omdat zij in de beginperiode vaak investeringen hebben gedaan en aan de omgeving zijn gebonden.

Na langere huurperiode eerder ontruiming bedrijfspand

Na de eerste periode van vijf jaar kan de verhuurder alleen opzeggen als de huurder zich niet als goed huurder heeft gedragen of als de verhuurder het bedrijfspand zelf dringend en voor een langere termijn nodig heeft. Als een huurovereenkomst ná tien jaar nog loopt, krijgt de verhuurder meer mogelijkheden om het huurcontract te beëindigen en om ontruiming te vragen. Deze uitspraak geeft aan dat de belangen van de huurder naarmate de huurovereenkomst langer duurt steeds minder worden meegewogen.

Paul Snijders

Over de auteur

Mr. Paul Snijders is advocaat bij Witlox Snijders Tuzkapan Advocaten te Amsterdam. Hij richt zich op advies en procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.