Schadevergoeding Overheid Vanwege Onjuiste Informatie

Door Paul Snijders
aansprakelijkheid schadevergoeding overheid

De overheid is onder omstandigheden aansprakelijk voor het verstekken van onjuiste informatie. Zo kreeg een ondernemer laatst een schadevergoeding van een gemeente vanwege verkeerde inlichtingen over een vergunningaanvraag, die hem op het verkeerde been zette. 

Een ondernemer vorderde schadevergoeding van de gemeente omdat hij van het bedrijvenloket van de gemeente bij de aanvraag van een exploitatievergunning te horen had gekregen dat hij in de locatie uitsluitend een afhaalrestaurant, zonder ondersteunende horeca, mocht exploiteren. Op basis van die informatie had hij daarvoor een vergunning aangevraagd.

De van de gemeente verkregen informatie bleek achteraf onjuist, omdat de ondernemer ook een vergunning had kunnen krijgen voor ondersteunende horeca in zijn zaak. De schade ziet op ten onrechte gemaakte inrichtingskosten en gederfde omzet.

Verstrekking verkeerde informatie overheid is onrechtmatig

De rechtbank overwoog dat de mondeling door het bedrijvenloket verstrekte informatie geen besluit is in de zin van artikel 1:3 Algemene Wet Bestuursrecht, maar een zelfstandig karakter heeft naast de vergunningverlening.

De gemeente heeft erkend dat zij informatie heeft verstrekt die onjuist is gebleken. De ondernemer heeft op die informatie vertrouwd en heeft mogen vertrouwen dat de verstrekte informatie juist was. ‘Aldus heeft de gemeente onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld’, besloot de rechtbank.

Begroting schadevergoeding overheid

Voor het begroten van de schade door de rechtbank is van belang wanneer het bedrijvenloket voor het eerst de onjuiste informatie heeft verstrekt, omdat de periode waarin de ondernemer als gevolg van die onjuiste informatie omzet en winst heeft gederfd, toen is begonnen. Dat moet de ondernemer bewijzen. Verder is de rechtbank voornemens om als de schadeperiode is vastgesteld, een deskundige te benoemen om haar voor te lichten over de schade die de ondernemer kan hebben geleden.

Gezien de kosten in tijd en geld van bewijslevering en rapportage door een deskundige, geeft de rechtbank partijen in overweging thans met elkaar in overleg te treden en tot overeenstemming te komen.

Door onjuiste informatie overheid op verkeerde been gezet

De Hoge Raad heeft eerder overwogen dat het van de omstandigheden afhangt of een belanghebbende ‘redelijkerwijs erop heeft mogen vertrouwen dat hem juiste en volledige inlichtingen met een bepaalde inhoud werden gegeven’ door de overheid. Als blijkt dat die verstrekte inlichtingen onjuist of onvolledig zijn, kan dit onrechtmatig zijn jegens de belanghebbende als deze door die onjuiste of onvolledige inlichtingen op het verkeerde been is gezet.

De Hoge Raad vindt dat dit moet worden beoordeeld ‘aan de hand van een groot aantal omstandigheden’, ook wel een “omstandighedencatalogus” genoemd, waarbij alle relevante aspecten worden opgesomd om te beoordelen of de verkeerde inlichting een onrechtmatige daad oplevert. Relevant is bijvoorbeeld of de ambtenaar die de informatie heeft verstrekt, geldt als een bevoegde autoriteit op het gebied van de gestelde vraag. Ook de formulering en de interpretatie van de gestelde vraag en het antwoord zijn van belang.

Niet alle verkeerde informatie leidt tot aansprakelijkheid

Hof Den Haag heeft hier op 25 maart 2014 op voortgeborduurd, en overwogen dat een mededeling van het ondernemingsloket van de gemeente dat een schetsplan in aanmerking kwam voor een bouwvergunning, geen onrechtmatige daad oplevert als de vergunning uiteindelijk wordt geweigerd. Het Hof vond dat de ontwikkelaar zelf de wettelijke voorschriften voor de beoordeling van een bouwplan had moeten kennen. Ook vond het Hof de inlichting van de ambtenaar niet kon gelden als een toezegging dat een bouwvergunning/omgevingsvergunning zou worden verleend. Bovendien was de betreffende ambtenaar zelf niet bevoegd om een bouwvergunning te verlenen.

Een uitzondering hierop vormt de uitspraak van Rechtbank Gelderland van 29 januari 2014, waarin de rechtbank oordeelde dat de ondernemer een concrete en duidelijke vraag had gesteld aan de gemeente (of zijn zaak in aanmerking kwam voor een ontheffing voor ondersteunde horeca) waar hij een duidelijk, concreet maar fout antwoord op had gekregen. In dit geval mocht de ondernemer volgens de rechtbank er op vertrouwen dat de door de gemeente verstrekte informatie juist was, en moest de schade die hiervan het gevolg was, worden vergoed.

Paul Snijders

Over de auteur

Mr. Paul Snijders is advocaat bij Witlox Snijders Tuzkapan Advocaten te Amsterdam. Hij richt zich op advies en procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.