ZZP-er en Toch Ontslagbescherming?

Door Paul Snijders
zzp ontslagbescherming

Een VAR-verklaring en een arbeidsovereenkomst sluiten elkaar niet uit. De rechter kan oordelen dat een zzp’er eigenlijk werknemer is en dus ontslagbescherming heeft.

Overeenkomsten van opdracht kunnen zodoende onder de reikwijdte van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) vallen. De opzegging van de opdrachtovereenkomst kan dan door de ZZP-er worden vernietigd wegens het ontbreken van een ontslagvergunning.

Uit een uitspraak van Rechtbank Amsterdam van 28 april 2014, blijkt dat dit niet altijd opgaat. Het ging om een ZZP-er die voor AT5 als journalist werkte. Die vond dat zij kon worden aangemerkt als werknemer en recht had op ontslagbescherming, omdat er voor haar ontslag geen vergunning was aangevraagd bij het UWV. De vraag is echter of de rechtbank een juiste beslissing heeft genomen.

ZZP-er als werknemer aangemerkt

Artikel 1 onder b sub 2 BBA bepaalt wanneer een ZZP-er als werknemer kan worden aangemerkt en recht heeft op ontslagbescherming. Het gaat hier om personen die werkzaamheden verrichten op basis van een andere arbeidsverhouding dan een arbeidsovereenkomst (zoals een opdrachtovereenkomst) en die voldoen aan de volgende criteria:

  • de werknemer is verplicht de arbeid persoonlijk te verrichten
  • de arbeid wordt in de regel niet voor meer dan twee opdrachtgevers verricht,
  • bij de arbeid worden niet meer dan twee helpers (anders dan gezinsleden) ingeschakeld
  • de arbeid is voor de werknemer niet van bijkomende aard.

Ondanks VAR-wuo toch ontslagbescherming

Betrokkene beschikte over een VAR-wuo verklaring. Op haar LinkedIn pagina stonden verwijzingen naar andere opdrachtgevers. In de periode dat zij voor AT5 werkte had zij ook facturen aan andere opdrachtgevers verzonden. Om die reden kwam de rechtbank tot het oordeel dat zij in de regel voor meer dan twee andere opdrachtgevers werkzaam was. Ook vond de rechtbank niet duidelijk of zij verplicht wast de arbeid persoonlijk te verrichten.

Conclusie ZZP-er en ontslagbescherming

De vraag is of de rechtbank hier een juiste beslissing heeft gegeven. Uit dit arrest van de Hoge Raad volgt dat het toetsingsmoment voor de vraag of de opdrachtnemer ontslagbescherming van het BBA geniet, het moment van beëindiging van de arbeidsverhouding doorslaggevend is. De rechter moet voor de vraag of er recht is op ontslagbescherming, dus kijken naar moment van ontslag en bepalen of de ZZP-er op dat moment minder dan twee opdrachtgevers heeft.

De rechtbank heeft in dit geval de hele periode van werkzaamheden als toetsingsmoment genomen, wat in strijd lijkt met het uitgangspunt van de Hoge Raad.

Over de auteur

Mr. Paul Snijders is advocaat bij Witlox Snijders Tuzkapan Advocaten te Amsterdam. Hij richt zich op advies en procedures in het arbeidsrecht en het contractenrecht/verbintenissenrecht.